Kaders en keuzes voor ruimte en focus

Standaarden, kaders, keuzes, regels, beleid, allemaal dingen waar menig onderwijsinstelling mee worstelt. Want we willen eigenlijk alles blijven doen, zo goed mogelijk en zonder inperking van de autonomie. Maar zijn die dingen echt in strijd met elkaar? En hoe lang houden we het nog vol om op deze manier door te gaan? Want terwijl er van alles bijkomt, lijkt er maar weinig echt af te gaan.

Autonomie als schild

In de afgelopen jaren heb ik heel wat onderwijsinstellingen bezocht, collega’s gesproken en verhalen gehoord over de flexibilisering van het onderwijs. Vanuit het perspectief van de lerende is iedereen het er altijd vrij snel over eens: de lerende centraal, een passende leerroute, aansluiten bij de behoefte, allemaal eens. Ook onderschrijft bijna iedereen dat standaarden, of (brede) afspraken daarvoor nodig zijn om onderwijs goed op elkaar aan te laten sluiten, uitwisselbaar te maken en te kunnen organiseren in zo’n leerroute. Maar dan komt het: zolang die standaarden maar wel passen in de manier hoe ik het nu doe.

In discussies over flexibilisering lopen verschillende vormen van autonomie vaak door elkaar: professionele autonomie van de docent, organisatorische autonomie van teams/de school en institutionele autonomie van onderwijsinstellingen.

Laat ik beginnen bij professionele autonomie, want als docent begrijp ik dat heel goed. Ik was zelf nooit heel erg goed in het volgen van een lesmethode. Liever bedacht ik zelf een inhoudelijke opbouw, invulling, de werkvormen, op welke wijze ik de inhoud overbracht en hoe ik met mijn studenten daaraan werkte. Die autonomie is echter niet waar we het over hebben in die gesprekken. Want die pedagogisch/didactische invulling blijft bij de docent, of het team. Bij flexibilisering gaat het vooral om hoe we het met elkaar organiseren. Toch wordt vaak bij het gesprek over standaarden dit soort argumenten als eerste opgeworpen. Organisatie en inhoud worden dan vaak met elkaar verweven, terwijl door het los te trekken je juist meer ruimte krijgt voor de invulling van het onderwijs – omdat je je als docent, of team minder zorgen hoeft te maken over de organisatie ervan.

Maar ook onderwijsinstellingen zijn gek op hun autonomie. Dat kan soms heel lokaal binnen de instelling zijn: waarbij iedere afdeling, college of team zijn eigen verworven ‘rechten’ heeft, maar ook als onderwijsinstelling zelf ten opzichte van andere onderwijsinstellingen in de regio, of zelfs landelijk. Hier kunnen landelijke standaarden, kaders of afspraken wel degelijk inbreuk hebben op diens autonomie en is dat dus meteen een gevoelig onderwerp. Dat gesprek is dus een spannend gesprek, maar is ook een gesprek met een klok die afloopt. Want terwijl we in het onderwijs van het ene programma, naar het andere project gaan om iets te veranderen, gaan alle veranderingen om het onderwijs heen in een veel hoger tempo. We kunnen het ‘waarom’ van flexibilisering blijven uitleggen, maar misschien gebruiken we die discussie soms ook om het maken van echte keuzes uit te stellen?

Kaders geven de ruimte

Een oud-collega van mij deelde altijd een mooie metafoor met collega’s als het ging om kaders: ‘Stel je een schoolplein voor waar allerlei speeltoestellen op staan, kinderen spelen, ballen een-en-weer stuiteren en dat het hele schoolplein rondom voorzien is van een stevig hek. Dat schoolplein wordt door de kinderen ten volle benut, want het hek beschermt hen tegen de voorbijgaande auto’s, fietsers en ander verkeer. Stel je nu nog een keer hetzelfde schoolplein voor, maar dan zonder zo’n hek. Wat doet dat met de kinderen, de ballen die over het plein gaan, en het benutten van het totale plein? Waarschijnlijk zullen ze voorzichtiger zijn en minder ruimte benutten, omdat er niet iets is wat ze beschermt tussen het schoolplein en de weg.‘

Het hek geeft hier de ruimte. Het bepaalt de ruimte, welke vervolgens optimaal gebruikt kan worden. Zo is het ook met kaders, standaarden, regels. Het geeft autonomie om daarbinnen te doen wat je wilt. Bij flexibilisering gaat het veelal over een modulaire opbouw bijvoorbeeld. Binnen zo’n module heb je alle vrijheid, maar doordat die module wel is vormgegeven middels een paar standaarden, kun je er mee flexibiliseren zoals je wilt. Dat kan een compleet vaststaande – reguliere – lineaire route zijn, tot een compleet, zelf te kiezen, zelf te temporiseren pad zijn. Beide kan. De mate waarin je flexibiliseert is dan vervolgens weer de autonomie van de organisatie (hoe groot of klein die dan ook maar gedefinieerd is).

Keuzes geven focus

Natuurlijk kun je standaarden, kaders en beleid zo breed maken dat je niemand voor het hoofd stoot en je eigenlijk niet echt met elkaar een stap verder komt. Ook kun je het zo formuleren dat je het volledig dichttimmert en dat de ervaren autonomie in het gedrang komt. Beide zijn niet helpend. Maar om dan maar geen keuzes te maken is helemaal funest voor de ervaren werkdruk, want dan kan en mag alles en kunnen er duizend bloemen bloeien, die ook allemaal evenveel aandacht vragen van de organisatie en de medewerkers. Zeker wanneer onderwijsinstellingen te maken hebben met dalende studentaantallen en personele krapte is het belangrijk om keuzes te maken. Keuzes in wat je met elkaar wilt opbouwen maar zeker ook wilt afbouwen. In het onderwijs zijn we namelijk erg goed in nieuwe dingen erbij doen, zoals nieuwe mogelijkheden voor certificering, nieuwe manieren van toetsing, nieuwe systemen, nieuwe methodes, maar waar nemen we dan afscheid van? In dit rapport komt het ook scherp naar voren dat het afbouwen van zaken expliciet aandacht nodig heeft in het onderwijs als het gaat om flexibele leerroutes. Anders creëren we alleen maar meer maatwerk, wat kan leiden tot een nog hogere werkdruk en chaos voor de lerende.

Het is dus echt tijd voor keuzes in kaders, standaarden, regels en beleid om flexibilisering op schaal mogelijk te maken. Dat begint wat mij betreft altijd op lokaal niveau binnen de onderwijsinstelling, op regionaal niveau met collega instellingen en in afstemming met landelijke/internationale ontwikkelingen. En ja, dat zal soms iets betekenen voor de autonomie op het gebied van organisatie en systemen, maar als we echt de lerende voorop stellen, zou dat geen blokkade moeten zijn.

Foto van: Oakville Dude via Unsplash

Reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.