Verkeersbord met verschillende richtingen

Flexibilisering gaat niet over meer keuzemogelijkheden

‘Het moet geen Netflix-catalogus worden’, of: ‘Studenten moeten niet een diploma bij elkaar gaan shoppen’, of deze: ‘Er zijn toch al genoeg keuzemogelijkheden?’. Al dit soort uitspraken kom ik veelvuldig tegen als we het hebben over flexibilisering. Bijna alle onderwijsinstellingen zijn ermee bezig, en zijn tegelijkertijd bezig met de (terugkerende) waarom-vraag. Waarom flexibiliseren we? Moet het? Wie wil het? Het gaat nu toch ook goed?

Om bij het laatste te beginnen, er gaat veel goed, maar veel ook niet. Zolang studenten de reguliere leerroute volgen en daar in tijd of inhoudelijke wensen niet van af wijken gaat het goed. Zodra daar iets van maatwerk wordt gevraagd, ligt het vaak bij de studieloopbaanbegeleider om het op te lossen. Zo heb ik zelf acht jaar lang als studieloopbaanbegeleider in het mbo ook allerlei handmatige capriolen uitgehaald om de leerroute van de student passend te houden. Passend bij de veranderende omstandigheden of leervraag van de student. Dat is nu veelal niet systematisch ingericht. Er komt veel handwerk, uitzoekwerk en praatwerk bij kijken om aanpassingen mogelijk te maken. Dat gaat vaak uiteindelijk wel goed, maar is niet een automatisme voor iedere docent en zeker niet voor iedere student. De reden waarom ik het toch steeds weer probeerde was om de student binnen boord te houden. Want uitval van studenten is een groot probleem.

Studenten hebben nu niet dezelfde mogelijkheden

Uitval is een veelkoppig monster, maar één van de redenen is dat de leerroute niet passend is voor de student. Dat kan zijn omdat de student wil temporiseren, verbreden, verdiepen of zelfs switchen. En op de vraag of die keuzes altijd (gemakkelijk) te maken zijn verschilt het antwoord per opleiding, onderwijsinstelling, klas, docententeam, regio en ga zo maar door. Dat maakt dat we hier eigenlijk te maken hebben met kansenongelijkheid, want het maakt dus uit waar je je opleiding volgt. Welke mogelijkheden je onderwijsinstelling biedt en welke afspraken ze bijvoorbeeld intern hebben, of met andere onderwijsinstellingen in de regio.

Om kansengelijkheid te bevorderen moet je soms ongelijke leerroutes mogelijk maken. Want er zijn nu eenmaal meerdere wegen die naar Rome leiden. Ook al hebben we als onderwijs heel lang gedacht dat wij alleen de koninklijke weg hoefden aan te bieden. Iedereen door dezelfde frietsnijder, zoals het industriële fabrieksonderwijs ooit bedacht is. Maar zelfs toen waren er natuurlijk al allemaal wensen en behoeftes van studenten waar misschien op een zelfde wijze zoals nu veelal mee werd omgegaan: individueel maatwerk.

Geen individueel maatwerk meer

En precies dat individuele maatwerk wat we gewend zijn om te doen bij ‘afwijkingen’ is wat ons nu vaak nekt in gesprekken over flexibilisering. Er zijn namelijk, logischerwijs, heel wat beelden ontstaan over (individueel) maatwerk en de tijd en moeite die het kost om het mogelijk te maken (wat vaak ook zo is). Maar het idee van flexibilisering is niet om richting nog meer individueel maatwerk te gaan, het idee is juist om het systematisch aan te pakken, waardoor het geen maatwerk meer hoeft te zijn. Het is dan juist een goed ingeregeld construct voor alle studenten. Zowel voor studenten die helemaal blij worden van een vastgestelde route, als voor studenten die het net even iets anders willen – om welke reden dan ook.

Flexibilisering gaat niet over meer keuzes, maar over passende leerroutes

Flexibilisering is een poging, een beweging, om dit beter met elkaar af te spreken, beter te regelen, beter systematisch te faciliteren. Het gaat niet om zoveel mogelijk keuzes aanbieden (want daar zitten studenten ook niet op te wachten). Het gaat om passende mogelijkheden aanbieden voor de leerroute van de student, zodat die met plezier de opleiding kan volgen. Natuurlijk verschillen de behoeftes per doelgroep, maar over het algemeen willen mensen toch vrij gericht, of gecategoriseerd kunnen oriënteren, vinden en kiezen. Dat voorkomt niet alleen keuzestress, maar geeft ook richting voor de student. Want ook dat is iets waar studenten behoefte aan blijven hebben, zeker bij (verdere) flexibilisering van het onderwijs: structuur, richting en begeleiding. Iets wat onderwijsinstellingen bij uitstek kunnen bieden natuurlijk. In eerdere blogs heb ik beschreven hoe je kunt werken aan de structuur, de onderwijslogistieke puzzel en de rol van de docent en systemen.

Misschien moeten we ‘flexibilisering‘ hernoemen naar ‘het creëren van systematische kansengelijkheid in het onderwijs door ongelijke leerroutes mogelijk te maken‘. Maar marketingtechnisch is dat niet heel kort en pakkend natuurlijk.

Maar voor mij zit daar wel de kern.

Iets flexibel maken zorgt ervoor dat iets kan meebewegen, beter passend wordt, maar niet breekt. Flexibilisering van het onderwijs zou ertoe moeten leiden dat het onderwijs kan meebewegen met de student, dat het beter passend wordt voor de student waardoor de student zo optimaal mogelijk kan verder leren en ontwikkelen – en niet breekt.

Foto door Javier Allegue Barros via Unsplash


Reacties

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.